De nieuwe ‘broers en zussen wet’ en zijn impact op de verblijfsregeling.

Een echtscheiding blijkt maar al te vaak een moeilijke overgangsperiode voor alle betrokken partijen. Wie gaat waar wonen, hoe wordt het verblijf van de minderjarige kinderen geregeld, etc.? Indien geen onderling akkoord tot stand kan komen tussen de ex-partners, zal een rechter uitspraak doen over onder andere het verblijf van de minderjarige kinderen.

Tot enkele maanden geleden bestond er geen specifieke wettelijke basis die rekening hield met de persoonlijke band tussen broers en/of zussen bij het opleggen van een verblijfsregeling. De wetgever bracht hier verandering in met de wet van 20 mei 2021 betreffende de persoonlijke banden tussen broers en zussen (BS 9 juni 2021). De achterliggende redenen zijn, onder andere, de toename van het aantal echtscheidingen, nieuw samengestelde gezinnen, uiteenlopende gezinsvormen en de opname van kinderen in jeugdbeschermingsprocedures. Wij, bij Bannister Advocaten, lichten de inhoud en gevolgen graag voor u toe.

Welke rechten en wie valt onder deze wet?

De wet van 20 mei 2021 roept twee nieuwe rechten in het leven, namelijk het recht voor broers en zussen om niet van elkaar gescheiden te worden en het recht op persoonlijk contact.

De term ‘broers en zussen’ wordt door de wetgever ruimer ingevuld dan de klassieke definitie die een bloedband vereist. De wet is namelijk ook van toepassing op broers en zussen in hersamengestelde gezinnen.

Het recht om niet van elkaar gescheiden te worden

Het recht om niet van elkaar gescheiden te worden houdt in dat de broers en zussen in hetzelfde gezin worden opgevoed en maximaal contact kunnen houden met elkaar. Een familierechter wordt met name aangemaand om een zo een uniform mogelijke verblijfsregeling op te leggen voor de broers en zussen, tenzij dit strijdig zou zijn met het belang van het kind. Dit recht vindt enkel zijn toepassing, indien de broers en zussen voorafgaandelijk aan de scheiding ook samen leefden.

Om onder de noemer ‘broers en zussen’ te vallen, en dus beroep te kunnen doen op het recht om niet van elkaar gescheiden te worden, dient aan twee voorwaarden te zijn voldaan. Enerzijds is er een opvoedingscriterium, wat inhoudt dat de kinderen samen in eenzelfde gezin moeten opgevoed zijn. Anderzijds dienen de kinderen een bijzondere affectieve band met elkaar te hebben ontwikkeld.

Het recht op persoonlijk contact

Indien, in het belang van het kind, het niet mogelijk is om bovenstaand recht te waarborgen, dient een recht op persoonlijk contact nagestreefd te worden tussen broers en zussen. Voor de toekenning van het recht op persoonlijk contact hoeven de broers en zussen voorafgaandelijk niet samengeleefd te hebben.
 

Hoe past een rechter dit in de praktijk toe?

Deze twee rechten zijn echter niet absoluut. Een rechter zal nog steeds een toetsing moeten uitvoeren aan het belang van de kinderen. Maar door de nieuwe wetgeving zal het broeder- en zusterschap wel een element worden waarmee de rechter rekening moet houden.

De toekomst zal daarbij moeten uitwijzen of deze wetgeving een impact heeft op de beoordeling van de rechter.

Wenst u hierover meer informatie? Neem dan gerust contact op met ons via info@bannister.be of via 03/369.28.00. Ons team staat klaar om u verder te helpen.

 

Steven Van Geert
Brent Roskams