Regelen kinderen binnenkort zelf hun verblijfsregeling?

Een relatiebreuk brengt logischerwijs heel wat praktische bezorgdheden met zich mee: Wie van de partners blijft in de woning? Hoe wordt het verblijf van de kinderen geregeld met mijn ex-partner? Moeten er financiële afspraken worden gemaakt?

Het optimale scenario is dat beide ouders minnelijk tot een werkzame en realistische oplossing in het belang van de kinderen komen. Helaas leert de praktijk ons dat de standpunten van de ouders soms zo ver uit elkaar liggen, dat de tussenkomst van de rechter nodig is om voorlopige maatregelen op te leggen. Dit artikel licht toe in welke mate de rechter rekening houdt met de mening van het kind, in het licht van een samenleving waarin nieuw samengestelde gezinnen almaar vaker voorkomen.

Vanaf welke leeftijd hoort de rechter het kind?

De wet stelt dat het minderjarig kind het recht heeft om gehoord te worden in materies die hem/haar aanbelangen aangaande de uitoefening van het ouderlijk gezag, de verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact. Wanneer het kind twaalf jaar of ouder is, krijgt de minderjarige altijd de mogelijkheid om gehoord te worden door de rechter. Het kind is vrij om te beslissen of hij/zij ingaat op de uitnodiging van de rechter.

Is het kind jonger dan twaalf jaar, heeft de rechter geen verplichting om het kind uit te nodigen. Echter, verzocht kan worden om ook kinderen van deze leeftijd te horen. De rechter zal daartoe de knoop doorhakken of dit gewenst is naar gelang de omstandigheden.

Impact van de mening van het kind

Als het kind bepaalde uitspraken doet in het gesprek met de rechter betekent dit nog niet dat deze regeling automatisch zal worden opgelegd. De wet schrijft voor dat aan de mening van de minderjarige passend belang wordt gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en maturiteit. De rechter zal ook rekening houden met andere factoren die in een bepaalde situatie spelen. Hoe ouder het kind, hoe zwaarder de rechter zal tillen aan diens mening.

Modernisering en het Grondwettelijk Hof

De laatste jaren leert de praktijk ons dat moderne gezinsvormen in opmars zijn, waaronder nieuw samengestelde gezinnen. In die optiek is het anno 2022 zeker niet ondenkbaar dat een kind halfbroers en/of -zussen heeft. In de rechtspraak en rechtsleer bestond recentelijk discussie over het hoorrecht van deze minderjarige halfzussen en halfbroers bij het opleggen van een geldende verblijfsregeling voor een minderjarige.

Het Grondwettelijk Hof beslechtte deze discussie in een recent arrest van 21 april 2022 en stelde zich progressief op. Dit valt, ons inziens, zeker toe te juichen. Het Grondwettelijk Hof besloot dat het hoorrecht in een gerechtelijke procedure ter bepaling van een verblijfsregeling voor een minderjarige niet enkel toekomt aan de betrokken minderjarige zelf, maar ook aan zijn minderjarige halfzussen en halfbroers.

De beslissing van de rechter raakt immers rechtstreeks aan de rechten van de halfzussen en halfbroers van de betrokken minderjarige. Dit staat in verband met het principe dat broers en zussen (en ook halfbroers en -zussen) niet van elkaar gescheiden mogen worden.

Deze beslissing van het Grondwettelijk Hof zorgt ervoor dat de rechter een meer volledig en feitelijk beeld krijgt van de verblijfssituatie van een minderjarige om een passende beslissing te nemen. De praktijk zal evenwel moeten uitwijzen in hoeverre de rechter rekening zal houden met de mening van de halfbroers en halfzussen.

Wenst u hierover meer informatie? Neem dan gerust contact op met ons via info@bannister.be of via 03/369.28.00. Ons team staat steeds klaar om u verder te helpen.